Welke 5 normeringen zijn er voor handbescherming?

Handbescherming is een eenvoudige maar zeer belangrijke vorm van bescherming tijdens het werken. Met de juiste handbescherming voorkom je een aangetaste huid en beschadigde vingers. Maar waar moet je op letten bij het kiezen van handbescherming? Allereerst zijn er 5 normeringen voor handbescherming. Deze normeringen zijn vastgelegd om ervoor te zorgen dat werkhandschoenen aan bepaalde voorwaarden voldoen.

EN374 Normering1. Norm EN 374: bescherming tegen chemicaliën en micro-organismen

Deze normering is vooral gericht op de penetratie en permeatie van gevaarlijke stoffen en zuren. Penetratie wil zeggen dat de handschoen niet mag lekken en permeatie duidt erop dat de handschoen zich niet als een spons mag gedragen, anders komt de huid alsnog in aanraking met de stof.

De iconen die hierbij worden gebruikt zijn als volgt:

  • Afbeelding 1: gaat gepaard met 3 letters die staan voor verschillende chemicaliën waar de handschoen je voor minstens 30 minuten tegen moet beschermen. Kortom, permeatiebestendig voor drie chemicaliën.
  • Afbeelding 2: betekent dat de handschoen wel penetratiebestendig is (en dus niet lekt), maar nog niet bestendig is tegen specifieke chemicaliën.
  • Afbeelding 3: wil zeggen dat de handschoen minstens prestatieniveau 3 van de penetratietest haalt.

EN388:20032. Norm EN 388: bescherming tegen mechanische risico’s

Handschoenen met de norm EN 388 beschermen tegen risico’s als schuren (A), snijden (B), scheuren (C) en perforeren (D). Elke letter krijgt zijn eigen prestatieniveau waarbij 4 of 5 het best haalbare is (dit verschilt per risicocategorie). Deze prestaties staan ook bij al onze handschoenen aangegeven.

Bij schuren (A) geldt: hoe hoger het prestatieniveau, hoe meer cycli er nodig zijn om door de handschoen heen te schuren.

• Prestatieniveau (A)1 = weerstaat minimaal 100 cycli
• Prestatieniveau (A)2 = weerstaat minimaal 500 cycli
• Prestatieniveau (A)3 = weerstaat minimaal 2.000 cycli
• Prestatieniveau (A)4 = weerstaat minimaal 8.000 cycli

Bij het snijden (B) gaat het om het aantal keer snijden dat nodig is om door de handschoen heen te gaan.

• Prestatieniveau (B)1 = weerstaat minimaal 1,2 cycli
• Prestatieniveau (B)2 = weerstaat minimaal 2,5 cycli
• Prestatieniveau (B)3 = weerstaat minimaal 5 cycli
• Prestatieniveau (B)4 = weerstaat minimaal 10 cycli
• Prestatieniveau (B)5 = weerstaat minimaal 20 cycli

Bij scheurweerstand (C) gaat het om hoeveel kracht (uitgedrukt in Newton) er nodig is om de handschoen te scheuren.

• Prestatieniveau (C)1 = weerstaat minimaal 10 Newton
• Prestatieniveau (C)2 = weerstaat minimaal 25 Newton
• Prestatieniveau (C)3 = weerstaat minimaal 50 Newton
• Prestatieniveau (C)4 = weerstaat minimaal 75 Newton

Tot slot gaat het er bij perforeren (of prikken) (D) om hoeveel kracht er nodig is om door de handschoen heen te gaan.

• Prestatieniveau (D)1 = weerstaat minimaal 20 Newton
• Prestatieniveau (D)2 = weerstaat minimaal 60 Newton
• Prestatieniveau (D)3 = weerstaat minimaal 100 Newton
• Prestatieniveau (D)4 = weerstaat minimaal 150 Newton


Hierbij staat soms A, B, C en/of D om aan te geven waartegen de handschoen beschermt. Op de handschoen zelf worden meestal alleen de cijfers weergegeven.

EN407:20043. Norm EN 407: bescherming tegen thermische risico’s

Deze norm beschermt de handen tegen hitte en/of vuur. Ook hier gelden weer verschillende letters bij het icoon die aangeven hoeveel het materiaal aan kan:

  • A: heeft te maken met ontvlambaarheid en brandgedrag, kortom, hoe lang het materiaal blijft branden nadat de bron is verwijderd.
  • B: gaat over contacthitte, ofwel hoe lang de drager geen pijn voelt bij 100 - 500 graden Celsius
  • C: betreft bescherming tegen convectieve hitte, gebaseerd op de tijd waarin het materiaal een vlam kan vertragen.
  • D: bescherming tegen stralingshitte, ofwel de mate waarin het materiaal de hitteoverdracht kan vertragen
  • E: betekent in welke mate de handschoenen beschermen tegen kleine spatten gesmolten staal.
  • F: gaat over de mate waarin handschoenen beschermen tegen grote spatten gesmolten staal

Onder dit icoon worden vervolgens de letters A,B,C,D,E en/of F weergegeven.

EN4214. Norm EN 421: bescherming tegen straling en radioactiviteit

Voor de bescherming van radioactiviteit moet een handschoen vloeistofdicht zijn en de penetratietest doorstaan. Om een handen te beschermen tegen straling moet de handschoen lood bevatten.

Bovenstaande pictogrammen betekenen bescherming tegen ioniserende straling (links) en radioactiviteit (rechts):

EN5115. Norm EN 511: bescherming tegen koude

Handschoenen met de norm EN 511 beschermen tegen koude. Daarbinnen bestaat verschillende prestatiecategorieën, namelijk (A) bescherming tegen geleidingskoude, (B) bescherming tegen contactkoude en (C) waterdoorlaatbaarheid.

Bij het kopen van werkhandschoenen dien je dus goed te kijken naar de normeringen waar de handschoenen aan moeten voldoen. Vervolgens dien je nauwkeurig te kijken naar de prestatieniveaus. Voor meer informatie over de verschillende normeringen of voor vragen over een van onze producten, kun je altijd contact met ons opnemen. Wij helpen je graag verder met je vraag.